terug

Gevelstenen van brouwerij De Rode Leeuw, Nieuwehaven (1600-1650)

Verhaal

In 1922 kregen baggerlieden vijf gulden vindersloon voor het opvissen van een gevelsteen uit de Nieuwehaven ter hoogte van het Toe­Haringvliet. Tot 1904 droeg het stuk grond daar de verwarrende naam Eiland van Schoonderloo; eiland omdat het geheel was omgeven door water, van respectievelijk Nieuwehaven, Haringvliet, Mallegat (later gedempt tot Hooimarkt) en Buizen­- of Boerengat.

Molen de Rode LeeuwMolen de Rode leeuw in 1916

De steen is mogelijk oorspronkelijk afkomstig van een molen die op dat eiland op een aarden bolwerk stond. Daar was al in de zestiende eeuw een houten standaardmolen opgetrokken die in 1581 werd omgebouwd tot een stenen runmolen; run is de grondstof waarmee leer wordt gelooid. In 1632 veranderde de molen in een korenmolen en hierna vonden nog vele verbouwingen plaats. In de zeventiende eeuw en ook later nog stond de molen bekend als De Rooleeuw of Roode Leeuw. De molen was toen enige tijd in het bezit van de familie Kievit, een brouwersgeslacht dat ook eigenaar van de gelijknamige brouwerij is geweest. In 1858 werd de molen opnieuw verbouwd en nu zo rigoureus dat de molenfunctie geheel verdween. Wieken en balie werden verwijderd en het binnenwerk gesloopt. In het restant van de molen was tot 1940 een tapperij gevestigd.
Mogelijk kwam de steen bij de verbouwing van 1858 in het water terecht. Daar staat tegenover dat in 1914 een "café billard dat 'De Roode Leeuw' als stenen wapen in de gevel draagt" wordt vermeld. Of de steen in het museum een andere is dan de steen die zich in 1914 nog in de gevel aanwezig was, is niet te achterhalen zolang er geen afbeelding van de steen in situ bekend is.

Er is nog een andere herkomst mogelijk. De vindplaats Nieuwehaven/Toe­Haringvliet kan er op duiden dat de steen afkomstig is van brouwerij De Roode Leeuw die aan de zuidzijde van de Nieuwehaven lag en doorliep tot aan het Toe­Haringvliet. Deze brouwerij bestond uit verschillende gebouwen waaronder een mouterij, pakhuizen, bierkelders en dergelijke. Op minstens twee van de gevels van die gebouwen waren gevelstenen aangebracht; één gevelsteen bevindt zich in de collectie van het museum, de andere is sinds 1910 verdwenen. De verdwenen steen is getekend door Briedé en laat een klimmende leeuw zien. Op de ander steen staat de volgende stichtelijke tekst: "Dit huis verlaedt De zonde haedt En Godt aen Kleeft Die Euwich Leeft".

Brouwerij De Roode Leeuw werd aan het einde van de zestiende eeuw opgericht door Barthout Vlooswijck en was samen met De Witte Leeuw, opgericht door Jan Dammasz Pesser, de oudste brouwerij van Rotterdam. In de zeventiende eeuw kwam ook De Roode Leeuw in handen van de familie Pesser die bovendien ook nog eens De Zwarte Leeuw bezat. Daarna was De Rode Leeuw een tijdlang van de familie Kievit en in de achttiende eeuw was Huybert van Rijckevorsel de eigenaar van de brouwerij.
Bierbrouwen was een brandgevaarlijke bezigheid. Daarom bestonden er vele verordeningen die de veiligheid moesten waarborgen. Desondanks heeft brouwerij De Roode Leeuw in 1777 en in 1792 in brand gestaan. Het is niet ondenkbaar dat toen de gevelsteen te water is geraakt die in 1922 werd opgebaggerd.

ReactiesVerhaal Mensen Verwant Naslag Streetview