terug

Gevelstenen van de Admiraliteit: Botersloot, Haringvliet, Nieuwehaven, Hoogstraat en Lagendijk

Verhaal

De oprichting van de Admiraliteit vindt zijn oorsprong in de tachtigjarige oorlog. Na de inname van Den Briel hebben de aanhangers van Willem van Oranje wat betreft de oorlogsvoering ter zee hun krachten gebundeld en in 1575 het eerste Admiraliteitscollege opgericht.
Na enkele reorganisaties die vooral de samenwerking tussen de Admiraliteiten moest bevorderen werd in 1597 de definitieve structuur van de vijf Admiraliteiten door de Staten Generaal vastgesteld. De Admiraliteit had als voornaamste taken de uitrusting van oorlogsschepen, bescherming van de handel en beveiliging van zee en rivieren, inning van de verschuldigde tarieven en rechtspraak in buit-en prijszaken. Deze situatie bleef tot de opheffing in 1795 gehandhaafd.

Voormalig Agnietenklooster

Deze oudste Admiraliteit van Holland zetelde in de Prinsenhof, het voormalige St. Agnietenklooster, aan de Botersloot. In de brouwerij van het klooster werd het artilleriehuis gevestigd en op hetzelfde terrein beschikte de Admiraliteit ook over een gevangenis. In het midden van de zeventiende eeuw werd de Prinsenhof gesloopt voor de aanleg van de Nieuwemarkt. Door de decentrale ligging van het artilleriehuis op het Prinsenhofterrein bij het einde van de Huibrug, bleef dit gebouw wel gespaard. In 1759 is het artilleriegebouw afgebroken en opnieuw opgebouwd waarbij de laat zestiende-eeuwse gevelsteen uit het Admiraliteitsgebouw moet zijn herplaatst. De gevelsteen toont het wapen van de Admiraliteit met de gekruiste ankers en met de afkorting van het motto Pugno Pro Patria: ik strijd voor het vaderland. In 1644 verhuisde het kantoor van de Admiraliteit, vanwege de aanleg van de Nieuwemarkt, naar de noordwesthoek van het Haringvliet. Dit imposante classicistische gebouw, met fronton met wapen van twee gekruiste ankers, had een vierkante plattegrond met binnenplaats. Naar analogie van het Prinsenhof werd dit gebouw Admiraliteitshof genoemd. Het werd in 1884 is afgebroken; een poortje met wapen bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam.

Sinds het einde van de zestiende eeuw beschikte de Admiraliteit over een eigen werf die aan het oostelijk einde van de Nieuwehaven lag. Hier bouwden de timmerlieden van de werf de schepen voor 's Lands vloot. In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd de Nieuwehaven doorgegraven naar het Buizengat. Dit had verplaatsing van de Admiraliteitswerf tot gevolg; na 1689 lag de werf aan de zuidelijke oever van het Buizengat.

Het voornaamste arsenaal of magazijn van de Admiraliteit lag sinds 1598 aan de noordoosthoek van de Nieuwehaven. In 1660 werd het gebouw gesloopt waarna een nieuw pand op dezelfde plaats werd gebouwd. Twee jaar later werd het terrein uitgebreid met een tweede arsenaal voorzien van een zeer brede ingang tegenover de Oostpoort. In 1701 werd een deel van het complex uitkomend op het Groenendaal verwoest door brand. De herbouw van de geteisterde vleugel werd herdacht met een gevelsteen gelegd door Diderik Hogendorp. In de achttiende eeuw was het tweede arsenaal toe aan een modernisering die architect Jan Giudici uitvoerde. G.D. Wijckerheld Bisdom legde de eerste steen op 8 mei 1783.
Door al deze uitbreidingen ontstond geleidelijk aan een groot gebouw in carrévorm. In 1823 werd het tweede arsenaal voor de mariniers ingericht. In 1846 verdween het korps om in 1868 weer terug te komen. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de Admiraliteiten waren ontbonden, aldaar opgeheven. Dit laatste gebouw werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot.

Geschutshuis 1750

Uit de voorgevel van het geschutshuis ook wel ammunitiehuis genoemd van de Admiraliteit aan de Hoogstraat zijn twee gevelstenen afkomstig, een met een Leeuw in Hollandse Tuin (1621-1663) dat de onverzettelijkheid van de Admiraliteit moet voorstellen, en een wapensteen (1625-1647) met in de kwartieren de wapens van Prins Frederik Hendrik, de Admiraliteit op de Maze en de stad Rotterdam.

Naast de vele locaties beschikte de Admiraliteit ook over een lijnbaan met bijbehorende gebouwen aan de Lagendijk even buiten de Oostpoort. Deze in 1697 opgerichte lijnbaan was 265 meter lang en 10 meter breed en heeft tot 1847 dienst gedaan. Ook hier werd het gebouw verfraaid met een gevelsteen met een gekroond wapenschild met hieronder de Hollandse tuin eigenlijk de Statenleeuw met zwaard en pijlen. Ofschoon de gevelsteen bij binnenkomst in de collectie gedateerd is geweest op 1697 lijkt dit toch onwaarschijnlijk. Een tekening van Hoynck van Papendrecht uit 1917 laat zien dat de steen incompleet is: op de kroon van de gevelsteen ontbreken de rijksappel en een kruisje. De rijksappel en kruisje zijn alleen in zwang geweest onder Lodewijk Napoleon en waren in het seculiere Nederlandse koninkrijk niet in gebruik, dan zou de gevelsteen te dateren zijn tussen 1806-1811 en gezien de uitvoering van het beeldhouwwerk is dat niet onwaarschijnlijk.

ReactiesVerhaal Mensen Verwant Naslag Maquette Streetview