terug

Gevelsteen De Fortuin, Scheepmakershaven (1616-1650)

Verhaal

In 1613 gaf de stad erven uit aan de Scheepsmakershaven ten behoeve van de scheepstimmerwerven die tot dan toe aan de zuidzijde van de Blaak waren gevestigd. In 1616 zijn de kaden aan de noordzijde van de Scheepmakershaven aangelegd en kort daarna zullen ook wel de eerste panden zijn gebouwd. In het pand op de hoek van de Scheepmakershaven en Glashaven zat deze gevelsteen met de personificatie van de fortuin. De Fortuin is een veel voorkomende naam en dan niet uitsluitend voor huizen maar ook voor schepen; misschien liet een van de werfeigenaren zijn huis verfraaien met deze gevelsteen. Alleen al in Rotterdam waren er acht huizen, verspreid door de stad en ook nog een brouwerij aan de Geldersekade, onder die naam bekend.

Hoekhuis Scheepmakershaven en Glashaven

De Fortuin wordt over het algemeen voorgesteld als een vrouw met wapperende haren op een (wereld)bol; in haar handen houdt zij een doek, dat wil zeggen een huik of zeil, dat zij naar de wind laat hangen.
De steen is in 1909 aangekocht met steun van de "ingezetenen van de stad". Waarschijnlijk was het pand kort daarvoor gesloopt want op een foto uit 1918 staat op die plaats een fraai pand uit het begin van de twintigste eeuw.

ReactiesVerhaal Mensen Verwant Streetview