terug

Gevelsteen uit de Oostpoort (1613)

Gevelsteen uit de Oostpoort

De eerste Oostpoort zal rond 1358 gebouwd zijn. Daarna hebben er nog verschillende bouwwerken op die plaats gestaan. De gedenksteen is afkomstig uit de Oostpoort (het boogvormige gebouw) die in 1613 werd gebouwd en gesloopt in 1836. In 1839 werd de steen overgebracht naar de barriƫre die de Oostpoort verving. In 1912 werd ook dit gebouw gesloopt; de gevelsteen werd toen overgedragen aan het museum. Tien jaar later verzocht de Amsterdamse bank (de latere AMRO-bank) de steen te mogen plaatsen in de nieuwbouw van hun Rotterdamse filiaal. In datzelfde jaar werd de steen afgeleverd aan de architecten Nieuwenhuyzen en van der Heyden om in te metselen in het bankgebouw, dat ongeveer op de plaats staat van de vroegere Oostpoort; de gevelsteen bevindt zich daar nog steeds.

De steen herinnert aan de Tachtigjarige Oorlog en meer specifiek de gebeurtenissen in Rotterdam in april 1572. Toen de Geuzen op 1 april Den Briel innamen, stond de Rotterdamse vroedschap aan de Spaanse zijde terwijl de gewone bevolking wel enige sympathie voor de Geuzen en de zaak van de prins van Oranje had. Na het verlies van Den Briel vroeg de Spaanse stadhouder Bossu om onderdak voor zijn troepen - dit stond de vroedschap toe, maar de bevolking hield de Spaanse soldaten bij de Oostpoort tegen. Zij moesten daarom de nacht voor de stad in het open veld doorbrengen. Na bemiddeling van pastoor Duifhuis konden de soldaten de volgende dag alsnog binnentrekken, in groepen van telkens veertig man. De bevolking vond dat de Spanjaarden zich hieraan niet hielden, er ontstond een handgemeen dat erin eindigde dat de Spaanse troepen ongeveer 40 Rotterdammers doodsloegen en plunderend door de stad trokken. Onder de slachtoffers waren oud-burgemeester Jan Jacobsz. Roos en de smid Swart Jan.
Swart Jan in de negentiende eeuw beschouwd als een van de vaderlandse helden in de strijd tegen de Spanjaarden, zou aanvoerder zijn geweest van het gewone volk. Na dit voorval hield het in verlegenheid gebrachte stadsbestuur echter voet bij stuk en zorgde ervoor dat de soldaten werden ingekwartierd. Toen Rotterdam korte tijd later de zijde van Oranje koos, zal dit voorval in een ander daglicht zijn geplaatst. In 1613 was het aanleiding geweest tot plaatsing van de gedenksteen met de volgende tekst:
"Een grave van Bossu met de Spanyaerds bloetgierich int Jaer seventich twe april den 9 dach lanx hier als vrient Quam maer scoffie-rich [schandelijk] Vermoorden veel borgers met Jammerlyck Geclach".

Info ReactiesVerwant Naslag Streetview