terug

Huis Keulen aan het Westnieuwland

Verhaal

Het huis waar de hier getoonde betimmering (een zgn. binnenportaal) vandaan komt is het huis Keulen, of 'Coelen' zoals het in de 16e- en 17e-eeuwse bronnen bekend is. Het was gelegen aan het Westnieuwland. Dit gebied ten zuiden van de Grote Markt was een van de eerste gebiedsuitbreidingen van Rotterdam. In 1358 had graaf Albrecht van Beieren dit gebied aan de stad in eeuwig erfpacht gegeven. Oorspronkelijk waren hier steenbakkerijen gevestigd, maar vanaf 1549 verkocht de stad de grond aan particulieren.

Het Westnieuwland was eeuwenlang een havengebied; de schepen konden, als ze via de Oude Haven en de draaibrug op de Kolk waren aangekomen, aan de voordeur aanmeren. Op deze locatie waren veel haringvissers gevestigd werd. Haringvisserij bracht veel nevenbedrijven, zoals zeilmakerijen, werven, touwslagerijen, blokmakerijen, leerlooierijen, teerstoverijen, brouwerijen, bakkerijen voor scheepsbeschuit, taanderijen etc. Ook deze vestigden zich in dit gebied. De haringvisserij kwam in de 16e eeuw tot grote bloei.

Het begin van het einde van het Westnieuwland als havengebied kwam in de jaren '70 van de 19e eeuw; met de aanleg van de spoorverbinding die de route van de Rotte dwars door de binnenstad volgde, werd een deel van de Kolk gedempt. Tot aan het begin van de 20e eeuw bleef het Westnieuwland als haven in gebruik, zij het in beperkte mate. Toen werd het deel waar het huis Keulen zich bevond gedempt. In 1906 veranderde de straatnaam: het gedeelte van het Westnieuwland dat liep van de Grote Markt tot aan het spoorviaduct werd gevoegd bij de Grote Markt.
Tot slot: vanaf 1622 heeft het beroemde beeld van Erasmus, gemaakt door Hendrick de Keyser, op de Grote Markt, voor het pand gestaan.

Het huis Keulen
Het doorsnee laat-middeleeuwse woonhuis was met de nok loodrecht op de straat gebouwd op een smalle strook grond, die liep vanaf de hoofdstraat tot aan een smalle achterstraat. De strook was soms wel 25 meter lang. De breedte van het huis was 4 tot 6 meter. Ook voor het Westnieuwland gold deze manier van gronduitgifte: op de stadsplattegrond van deze site uit 1832 is dat nog steeds duidelijk te zien.
Het huis had dus een groot erf. Dat was voor haringvisserij en haar nevenbedrijven ook nodig, want de waar moest worden opgeslagen in een pakhuis. Zo ook het erf van het huis Keulen. Jan van Asselingh, een van de eigenaren (zie: Mensen) verhuurt een pakhuis dat achter op zijn erf stond in 1640, inclusief het kamertje daarboven en ook de vliering, aan een Engelsman.
De huizen waren meestal van hout. Sommige meervermogenden hadden een stenen huis, maar de meeste huizen waren van hout en de daken gedekt met riet. Niet verwonderlijk dat steden in die periode nogal eens getroffen werden door grote branden. Op 10 juli 1563 brak brand uit bij een kuiperij bij het Oostnieuwland, dicht bij het 'Marctvelt' (de Grote Markt). 250 van de ongeveer 1700 huizen die de stad rijk was gingen in vlammen op, evenals 60 schepen, 2 kloosters en de draaibrug. Vooral de panden aan het Westnieuwland werden getroffen. Na de brand werd er door het stadsbestuur scherp op toegezien dat de huizen van steen gebouwd werden. In 1586 bijvoorbeeld werden rieten daken verboden.
Er bestond geen scheiding tussen wonen en werken. De kooplui oefenden hun bedrijf uit in en rond het huis. Op de begane grond bevond zich het door daglicht goed verlichte voorhuis. Dit vertrek diende tot winkel, bedrijfs- en/of woonruimte. Vanaf het voorhuis liep een rechte steektrap naar de verdieping boven. Voor de grotere kooplieden die geen dagelijkse uitstalling hadden werd het voorhuis gebruikt als kantoor.
Gaandeweg de 17e eeuw komt een andere indeling in zwang, mogelijk als gevolg van twee oorzaken:
- de coopman' gaat niet meer mee op reis maar laat het voeren der onderhandelingen in den vreemde over aan zijn scheepsgezagvoerder of supercarga. Hij zit dus meer 'thuis'.
- vanwege de bloeiende handel neemt de rijkdom en daardoor de behoefte aan luxe toe.
Het voorhuis blijft bestaan, doch wordt kleiner. De trap wordt van het voorhuis afgescheiden door een gang. In plaats van de steile trap vaak tussen twee wanden komt zij vrij te liggen, grotendeels zichtbaar, zodat aan de bewerking van hoofdstijlen en trapballusters meer aandacht wordt besteed. Er wordt tevens een representatief portaal voor geplaatst met twee doorgangen, één naar de trap en één naar de naastliggende gang. Dit binnenportaal nu is bewaard gebleven uit het pand 'Coelen'.

kaart Henrijck Haestens 1599

Hoe het pand er in aanvang heeft uitgezien weten we niet zeker. Op een gedeelte van een kaart van Henrijck Haestens uit 1599 zien we een pand met één volledige verdieping met daarop een schuin dak. De kaart geeft waarschijnlijk een impressie: het was de maker niet te doen om een exacte weergave van de panden, maar toch geeft hij wel, zij het summier, een indicatie van grootte en hoogte van de diverse panden.
In 1730 krijgt Albertus van Meurs (zie: Mensen) van het stadsbestuur toestemming een nieuwe voorgevel te bouwen. Waarschijnlijk heeft deze eigenaar er twee etages opgezet en daarbij, naar 18e-eeuwse mode, het puntdak laten vervallen. Dit is op te maken uit de bouwtekening, die Adrianus Henkemans (zie: Mensen) in 1846 als bijlage bij zijn verzoek stuurt naar het stadsbestuur, waarin hij toestemming vraagt (en krijgt) het pand nog eens met twee verdiepingen te verhogen. De tekening laat duidelijk zien dat er verdiepingen worden bijgebouwd op een bestaande verdieping: er is in die aanvraag geen sprake van het rechttrekken van een schuin dak.
In 1861 is het pand gefotografeerd. Het pand heeft nog steeds het aanzien van een pakhuis: de middenramen van de bovenverdiepingen zijn luiken; daarboven is een hijsbalk bevestigd. De firma Henkelmans was dan ook een bedrijf dat zich bezig hield met het vervaardigen van meubels en speelgoed; beneden winkel, boven werkplaats.

PBK 588 (1890)
In 1880 verbouwt de Nederlandsche Bell-Telephoon-maatschappij de voorgevel van het winkelgedeelte, waarbij de eiken bovendorpel, versierd met wijnranken met daartussen het woord 'Keulen' wordt verwijderd. In 1896 wordt de telefonie staatsmonopolie; Bell verdwijnt en Gogarn beddenmagazijn trekt erin; het pand krijgt de functie van warenhuis: de raampartijen worden groter: de gevel verfraaid.

PBK 2599 2 (1904)
Bij het bombardement van 1940 wordt het huis vernietigd.

Herberg Keulen?
Er zijn aanwijzingen dat het huis 'Coelen' in de 16e eeuw heeft dienstgedaan als herberg. Prins Willem van Oranje heeft bij zijn bezoek aan de stad in 1573 en 1575 zelf geslapen in herberg De Swaen, terwijl zijn manschappen werden ondergebracht in herberg Keulen. In vroeger tijden had een herberg de beschikking over een gelagkamer, waar gegeten en vooral gedronken werd, met daarnaast een ruimte waar meestal gemeenschappelijk geslapen kon worden; men had dus geen aparte slaapkamers. Voorts was er plaats om paarden te stallen voor de nacht. Men kan zich afvragen of bij een aanzienlijke familie als die van Van Kels (zie Mensen) het pand gebruikt geweest is als herberg, maar de bronnen zijn er duidelijk over, evenals over het feit dat Burgemeesters en Tresoriers in deze jaren de herberg 'Coelen' gebruikte om stedelijke aanbestedingen te doen.
Of zou er, naast het huis Keulen ook een herberg met dezelfde naam zijn geweest?

Het binnenportaal
In 1871 kocht het Rijks Oudheidkundig Genootschap voor Fl. 200,- het binnenportaal. Sinds 1885 is dit portaal in permanente bruikleen ondergebracht bij het Museum Rotterdam.
Het binnenportaal bestaat uit drie pilasters waarop twee bogen rusten met bovenop een verkropte kroonlijst (verkropt = de horizontale kroonlijst wordt om het uitstekende deel van de verticale pilasters heen geleid. Dat gebeurt met hoeken die in verstek gemaakt zijn, zodat de betimmering één geheel lijkt ). Het geheel is gemaakt van grenen hout; het snijwerk is van lindehout. De linkerdoorgang is 2.10 m breed en de rechter- 1.90 m. Het geheel is 3.07 m. hoog.
Ten behoeve van een tentoonstelling in het Schielandshuis is het binnenportaal in 1988 gerestaureerd. Bij de restauratie is de ouderdom van het hout bestudeerd. Hieruit bleek dat het oorspronkelijk portaal bestond uit een middenpilaster zonder de twee zijpilasters. Op een later tijdstip zijn twee halve zijpilasters bijgevoegd. Op een nog later tijdstip (waarschijnlijk het tweede kwart van de 19e eeuw) zijn de twee halve pilasters aan elkaar gezet en is een nieuwe zijpilaster toegevoegd. Omdat de achterkant van de linkerdoorgang beschilderd bleek bestaat de mogelijkheid dat achter deze een trap omhoog ging. De rechterdoorgang zou deurdoorgang of gang geweest kunnen zijn.

De bovendorpel
Uit het zelfde pand komt een eikenhouten rechthoekige bovendorpel, met gesneden acanthusmotieven rondom het opschrift "Keulen". Deze dorpel is uit de eerste helft van de 18e eeuw. Het bovenste deel van de letters is verdwenen. De dorpel is aangevuld met grenenhout.

 

Tekst Paul Donselaar

ReactiesVerhaal Mensen Verwant Naslag Streetview