terug

Kasteel Bulgersteyn

Kasteel Bulgersteyn

Bulgersteyn was een slot met gracht (het middeleeuwse woord 'bulge' betekent watergolf), dat voor het eerst wordt genoemd in 1333. Het slot en zijn landerijen er omheen besloegen 'zes morgen' land (zo'n 5 ha). Het geheel was gelegen aan de westrand van de stad, ongeveer vanaf de Schiedamse Poort in het zuiden tot aan de Delftse Poort in het noorden. Het kasteel zelf lag ongeveer ter hoogte van de huidige Passage.

Het tijdperk van de slotheren had met de opkomst van de stad echter zijn langste tijd gehad. Door de toenemende begunstiging door de graaf van de stad ten koste van lokale slotheren viel het slot al spoedig (in 1358) binnen de grenzen van de stad. De westelijke stadsvesting loopt langs de grens van het landgoed. Een lang leven was het slot daarna niet meer beschoren; in de 15e eeuw was het al danig vervallen. Diverse opknapbeurten konden dat lot niet veranderen. 

Uiteindelijk, in 1620, koopt Rotterdam de ruïne en haar landerijen. Langzaam maar zeker wordt het noordelijk deel van het gewezen landgoed verkocht en bebouwd. Het zuidelijk deel, iets boven de ruïne, werd onder andere gebruikt als blekerij en voor de aanleg van een kerkhof voor de armen, het Westersche- of (in de volksmond)  Bombazijnenkerkhof. Deze naam heeft het kerkhof te danken aan de laatste pachter van het stuk land, een bombazijnenwever. Bombazijn is een geweven stof, waarvan de schering van zijde en de inslag van wol (bombasijde) is. Voorts stond op het vroegere landgoed vanaf 1663 een tuchthuis.

 

Tekst Paul Donselaar

 

Info ReactiesMensen Verwant Naslag Wiki Streetview