terug

Gevelstenen van de schippersgilden, Jufferstraat (1683) en achter de Laurenskerk (1609)

Verhaal

De schippersgilden behoren tot de oudste beroepsorganisaties in de Nederlandse steden. In de tweede helft van de zestiende eeuw splitste het Rotterdamse schippersgilde zich in een Groot- en een Kleinschippersgilde; ieder met eigen hoofdlieden en gildenknechten. Het Kleinschippersgilde behartigde de belangen van kleinere vaartuigen en schepen die binnendijks voeren. In de praktijk lag het genuanceerder en bestonden er allerlei uitzonderingen. Beide Rotterdamse schippersgilden bezaten een gildehuis. De eerste bron waarin het gildehuis van het Kleinschippersgilde wordt genoemd dateert van 1683. In dat jaar kwam het gilde in het bezit van twee naast elkaar gelegen huizen aan de oostzijde van de Jufferstraat. Net als de meeste schipperhuizen waren deze panden in gebruik als herberg. Uit een van de twee huizen is de gevelsteen afkomstig met de afbeelding van een platbodem die een grote Nederlandse vlag op de achtersteven voert. Van de meeste gevelstenen in de museumcollectie is de verf verdwenen maar op deze steen zijn de kleuren vrij goed te zien.Grootschippersgilde

Het veer naar Amsterdam vertrok vanouds achter het koor van de Laurenskerk, waar ook het commissarishuisje stond. Op de gevelsteen uit dit pandje staat een scheepje afgebeeld met de tekst Haerlem Amsterdam; een verwijzing naar de bestemming van de veren. Ook de veren naar Leiden, Schiedam en Gouda hadden hun ligplaats achter de Laurenskerk. In 1762 vertrokken er van diverse locaties in Rotterdam wel 45 beurtveren, vaak van het Grootschippersgilde, naar verschillende plaatsen in Nederland maar ook naar Duitsland en Belgiƫ.

ReactiesVerhaal Verwant Naslag Streetview