terug

Gevelsteen van brouwerij De Twee Klimmende Leeuwen, Leuvehaven hoek Tweeleeuwensteeg (1782)

Verhaal

Na 1600 groeide het aantal brouwerijen explosief; de meeste bedrijven werden toen in de waterstad gebouwd, het buitendijkse haventerrein. Tussen 1608 en 1614 waren de kavels in dit gebied geveild. Aan de Leuvehaven oostzijde, genoemd naar het kreekje de Leuve of Loeve, werden in 1608 34 erven geveild, uitgezonderd vier erven, met een lengte van 200 voet en een breedte van 22 voet.

Jan Dammasz. Pesser afkomstig uit een bekend patriciërs geslacht had na 1598 de brouwerij De Witte Leeuw opgericht. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Dammas Jansz.; zijn andere zoon Dirk Jansz. stichtte aan de Wijnhaven de brouwerij De Zwarte Leeuw. Kennelijk gingen de zaken goed en Dammas Jansz. kocht in 1617 een huis en loods aan de Leuvehaven oostzijde op de hoek met de Twee Leeuwensteeg. In 1621 verkocht hij dit aan zijn zwager Jacob Jacobszn. van Couwenhoven die daar de brouwerij De Twee Klimmende Leeuwen bouwde.
De twee aan elkaar gelieerde geslachten Van Couwenhoven en Pesser bezaten door huwelijk of vererving een groot aantal brouwerijen waaronder, De Zwarte Leeuw, de hierboven genoemde Witte Leeuw, De Hollandsche Tuin, De Leeuw met de Staf, De Fortuin, De Oranjeboom, De Twee Springende Paarden, de Rode Leeuw en nog meer.
Door aankoop van belendende panden breidde Van Couwenhoven de brouwerij De Twee Klimmende Leeuwen uit met een kuiphuis en een mouterij. Op een kaart uit 1626 zijn de panden goed te zien, het hoofdgebouw had zelfs een torentje met een slagklok met uurwerk. Dit was hierop geplaatst, met toestemming van de eigenaar, door de stad "tot het gerief van de bewoners en het bijgelegen kwartier".
In 1647 kocht Vincent Bouwensz. de brouwerij voor het enorme bedrag van f. 85.000. Hij kon zich toen eigenaar noemen van een brouwerij, mouterij en rosmolen met negen molenpaarden, kuipen, ketels, vaatwerk en ander gereedschap, het huis van de opperbrouwer en nog drie woonhuizen.

In 1782 brak in het middengedeelte van de brouwerij brand uit en in vier uur tijd waren brouwerij, mouterij, branderij, molen en woonhuis volledig in as gelegd. Snel daarop is begonnen met de nieuwbouw naar een ontwerp van de architect Giudici. De stad nam wederom de bouw van torentje en klokkenwerk voor zijn rekening. De gevelsteen met de twee leeuwen moet dan ook van die tijd dateren, evenals een uurwerk dat het museum in 1922 verwierf.De twee klimmende leeuwen
De brouwerij ging herhaaldelijk in andere handen over en bleef tot 1833 als zodanig in gebruik. Daarna gebruikten de nieuwe eigenaren de voormalige brouwerij als pakhuis, totdat het bombardement van 1940 het markante gebouw met de grond gelijkmaakte. Uit notities uit die tijd blijkt dat "De Linksche leeuw bestaat uit 4 fragmenten en is vrijwel onbeschadigd; de aan de rechterzijde gestaan hebbende leeuw is vrij ernstig beschadigd en bestaat uit 14 (of 15?) fragmenten. Hierbij nog drie roode en een geel stuk baksteen, die bij deze stenen behoorden." In het museum zijn alleen maar twee paar leeuwepoten bewaard gebleven; waar de vrijwel complete leeuw is gebleven is onbekend. Een tekening van Briedé laat zien hoe dit beeldhouwwerk eruit moet hebben gezien.

ReactiesVerhaal Mensen Verwant Naslag Streetview