terug

Verhaal

Verhaal

In 1723 is de bouw van het nieuwe huis met stal en koetshuis aan de Leuvehaven van Josua van Belle de jongere in volle gang: Van Belle kocht hiervoor de bebouwde percelen aan, aan de Leuvehaven, de Bruggesteeg en Schiedamschedijk die vervolgens werden gesloopt. De timmerman David van Stolk kreeg de opdracht:

bestek en conditie

waar no Mijnheer (?)

de heer Van Belle

genege is te besteden het

maken van een voorhuijse

staande op de leuvehaven zijnde

ter lenghte van omtrent 92 voet

en voorbreet 27 voet agter 22 voet.

Volgens de tekening daarvan zijnde

met alle leverin sij dies aangaant

van hout, spijkers, kalk steen

en verder hout van timmeren

metselen glas en verwe ene

smiths werk hang en slooten

grave, hooge en lootgieterswerk

met alle is selfs arbeijt loone

en Drinkbier en gereetschap

op conditij als ´t volgt

Het huis aan de Leuvehaven was aan de voorzijde drie schuiframen breed en telde drie verdiepingen en beschikte over een kelder en een zolder. Van Belle kon volgens het bestek kiezen tussen een hardstenen of een gemetselde voorgevel. De achtergevel werd echter standaard opgemetseld met een grauwe mop en was twee ramen breed. De gehele bouw van het pand werd begroot op bijna 19.000 gulden. Ofschoon dit toen een aanzienlijk bedrag was, werd het geld toch met zorg uitgegeven. De dakdelen die in het zicht waren werden bijvoorbeeld bekleed met blauwe pannen al dat gesien worde en dat niet gezien worden met rode pannen.

 

Het interieur

Uit het bestek is op te maken dat het benedenhuis is onderverdeeld in een gang, salet, binnenkamer, lantaren [tussenvertrek met bovenlicht], trap en achterkamer die apart van het bovenhuis bewoond kon worden.

De etage hierboven had een voornaam karakter en bestond uit het voorsalet (ca. 7,5 x 8 meter) met een lambrisering en behangsels compleet met een haard en twee deuren, een naar de gang en de porte brisée naar de binnenkamer. Het plafond maakte de timmerman gereed voor "doekramen" met een ovaal in het midden. De ramen waren voorzien van vouwblinden. De binnenkamer (ca. 6 x 6 meter) had dezelfde lambrisering als de voorzaal, compleet met behangsels, doekramen voor het plafond en een grenenhouten plankvloer. In de kamer waren twee deuren een voor het sekreet [toilet] en een voor naar de gang. Op dezelfde verdieping bevond zich nog een sekreet. Achter de binnenkamer bevond zich de lantaarn, in gebruik als kookkeuken, met daarachter de trap en achterkamer die diende als eetkamer. Bij de trap was een toegang naar het kamertje voor de knecht gelegen boven de keuken. Een waterdichte, in tras gemetselde kelder was via de trap achter de keuken te bereiken. De totale lengte van de etage was ongeveer 30 meter!

Hierboven weer een voorzaal, een binnenkamer met binnenkozijnen met schuiframen naar de lantaarn [nu binnenplaats], de gang met toilet, een trap met daarachter een kabinetje met tot slot de slaapkamer. De derde verdieping had twee kamers aan de straatzijde, een binnenkamer, een lantaarn, trap en een achterkamer. In de kap was plek voor de kleer- en turfzolder.

De inrichting van de keuken is goed omschreven in het bestek. Er bevond zich schoorsteen voor boven de kookplaats, verder een pomp met drie koperen kranen, een gootsteen en regtbank [aanrecht beleght met marmer, een turfkist gevuld door middel van een koker die in verbinding stond met de turfzolder. Vervolgens werd er een kast voor de potten en een voor het tinnegoed getimmerd.

Het houtwerk van de deuren, kozijnen, lambrisering en blinden werden driemaal geschilderd, het zogenoemde kladschilderwerk. De wanden werden gepleisterd of in het geval van de sekreten en kookkeuken betegeld met witte tegeltjes. De vloeren waren belegd met grenenhouten planken of marmeren vloertegels in de keuken en gang. De gang werd bepleisterd door de Italianen. De riolen van de sekreten liepen tot in de haven.

 

De ontvangstzaal

In de meeste verblijfsruimten werden de wanden en plafonds door de timmerman belat om vervolgens behangen te worden met beschilderde doeken. Elias van Nijmegen (1667-1755) ontving de opdracht voor dit werk. Elias was een bekend behangsel- en decoratieschilder die onder andere met zijn zoon Dionys werkte voor Rotterdamse patriciers zoals Noorthey, Prins, Schepers en Petit, maar ook opdrachten kreeg in Leiden, Breda en werkte voor het Hof van Friesland. Veel werk van de Van Nijmegens in het centrum van Rotterdam is door het bombardement van mei 1940 verloren gegaan, behalve de negen behangsels die opgeslagen lagen in een depot buiten de brandende binnenstad.

Josua van Belle gaf Elias van Nijmegen opdracht om de grote ontvangstzaal te decoreren met een bijbels onderwerp. Elias van Nijmegen signeerde en dateerde een van de werken op 1731. De keuze voor het bijbelse thema was niet alleen esthetisch bedoeld, maar had eveneens een representatief karakter waarmee de opdrachtgever zijn status bevestigde. De ontvangst in deze zaal zal grote indruk hebben gemaakt op de gasten van Josua van Belle. Via de gang en het waarschijnlijk veel ingetogener tussenvertrek liepen de gasten de ontvangstzaal binnen. De schilderingen begonnen pas op borstweringshoogte en men moest enige afstand nemen om de scenes te overzien. De totale hoogte van de ruimte was ongeveer 4,20 meter.

De reeks laat van van zuid naar noord (oost is de raamzijde) de volgende voorstellingen zien: Eliëzer en Betuël, Abimelech en Sara, Abigael voor David; op de westwand: Batsheba en Salomo, Gods verbond met Noach boven de porte brisee, Laban bij Jacob en aan de noordzijde: de verspieders, boven de schouw Esther en rechts hiervan Naomi, Ruth en Orpa. De afgebeelde figuren beelden uit hoe de het heil via de aartsvaders Abraham (Izaak is niet afgebeeld) en Jacob en vervolgens via de andere voorouders van Jezus, genoemd in de geslachtsregister tenslotte in Jezus Christus tot volle openbaring kwam. Niet alle voorouders zijn afgebeeld. Noach en Esther komen niet voor in het geslachtsregister maar gelden in de middeleeuwen en later als prefiguraties van Jezus. De schilderingen waren geplaatst boven de lambrisering, de lambrisering hoog als de borstwering, en onderverdeeld door kolommen met vergulde kapitelen. Het beschilderde plafondstuk met de afbeelding van Apollo en Diana met in de hoeken muscicerende figuren, is verloren gegaan. Evenals de betimmering en schilderingen van de binnenkamer waarvan slechts een fragment met een portretgrisaile bewaard is gebleven. Hoe de andere ruimten gedecoreerd waren is onbekend.

 

 



ReactiesVerhaal Mensen Verwant Naslag Streetview