terug

Poort Sint Sebastiaanskapel, hoek Meent en Lombardstraat (1627)

Verhaal
Schotse kerk Schotse kerk, voormalige St. Sebastiaanskapel

Deze fragmenten zijn afkomstig uit een poortje van de kapel op de hoek van de Meent met de Lombardstraat. De straatnaam verwijst naar de Lombarden die in deze straat hun wisseltafel en hun leningkantoor hadden. Deze vrij lange straat liep van de Kaasmarkt richting het Pompenburg; later is de straat verdeeld in een eerste en tweede Lombardstraat.

De geschiedenis van de kapel kent vier belangrijke fasen. De kapel is opgericht voor de Dominicaner monniken, werd vervolgens gildekapel van het handbooggilde en daarna kerk voor de Waalse gemeenschap en vervolgens gebedshuis voor de Schotten.
In 1393 verleende hertog Albrecht aan de poorter Jan Dircksz. verlof om een kapel met gasthuis voor de Dominicaner broeders te stichten. Nog geen tien jaar later schonk de stichter de kapel aan de Dominicaner orde. Wanneer de kapel precies werd gebouwd is onbekend. Het gebouw stond er al in 1417. In 1467 verkocht de toenmalige eigenaar, een Haags klooster, de kapel aan het Rotterdamse stadsbestuur. Omdat het handboogschuttersgilde het gebouw toen als devotiekapel gebruikte, stond het bedehuis bekend als de Sint Sebastiaanskapel, genoemd naar de beschermheilige van de handboogschutters. In 1510 kreeg het gilde van de stad een Doele, gelegen van de Meent tot de Vest. In de kapel kwam toen tot 1627 onder andere een opslagplaats voor stadsturf.

In 1627 nam de Waalse kerk de kapel als bedehuis in gebruik. Rond 1635 kocht de vroedschap een huis naast de kapel om de kapel zelf te vergroten. De oude kapel mat ongeveer 15 bij 6 meter; de oorspronkelijke ingang bevond zich in de westmuur waar ook later de hoofdingang kwam, waar naast de ingang de stenen moeten hebben gezeten.
Callenbach beschrijft in 1911 -naar we moeten aannemen op grond van de bouwsporen- de verbouwing van rond 1635. Zijn conclusies zijn niet meer te controleren, maar zeker is dat het gebouw er in 1911 zo uitzag: "De zuidmuur van de kapel en de zuidoostelijke muur van het koor werden weggebroken. Alleen het gewelf en dak bleven in oude staat. De oostelijke muur van het koor en westelijke muur van de kapel werden doorgetrokken. Op de plaats van de zuidelijke muur werden vier zware pilaren geplaatst om de daken te dragen. In het nieuwe pand werden 2 ramen in resp. de oostelijke en westelijke muur aangebracht. Het terrein achter de kapel werd verkocht. De ramen in de oostelijke muur werden dan ook dichtgemetseld. De ruimte van de verbouwde kapel bedroeg nu 15 bij 13 meter. Omdat de ruimte nog te klein was, werd langs de oostmuur een galerij geplaatst. Om hier genoeg licht te krijgen werd in de noordoostelijke koormuur een raam uitgehakt. In dezelfde muur werd een nieuw toegang gemaakt, die inmiddels weer is dichtgemetseld."

Schotse kerk

Nadat de Waalse kerk een nieuw onderkomen had betrokken aan de Hoogstraat kreeg de Schotse gemeente in 1658 beschikking over de voormalige St. Sebastiaans kapel. Door de intensieve handelsbetrekkingen met Schotland waren er inmiddels zoveel Schotten in Rotterdam gevestigd, dat er behoefte was aan een eigen kerk. Aanvankelijk werden de Schotten in de gereformeerde kerk gedoopt omdat ze niet over een eigen kerk beschikten. Later kregen ze een eigen gebouw aan de Wijnstraat. En van 1658 tot 1697 was de kapel in gebruik bij de Schotse gemeente. Daarna had de kerk verschillende gebruikers die verderop worden genoemd. De kapel blijft vanaf dan Schotse kerk heten tot aan de sloop in 1911.

ReactiesVerhaal Mensen Verwant Naslag Streetview