terug

Gevelsteen van hofje Johan van der Veeken, Lange Frankenstraat (1609)

Verhaal

Het hofje van Van der Veeken stond aan de Lange Frankenstraat. Een straat die naar alle waarschijnlijkheid genoemd is naar Pieter Groote Vrankenzoon die in deze buurt een huis had.

Johan van der Veeken ook wel Veken of Veecken genoemd (1549-1616) was een vermogend koopman, reder en financier van de Rotterdamse Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij was ook één van de oprichters van de Rotterdamse koopmansbeurs. In 1609 stichtte hij een hofje dat uitsluitend bestemd was voor weduwen tussen de 45 en 65 jaar. De bewoners waren gebonden aan enkele regels maar kregen vrije inwoning in kamers of mochten over een van de 16 huisjes beschikken. Opmerkelijk genoeg werden er aan de bewoonsters geen voorwaarden met betrekking tot de godsdienst gesteld. De rooms-katholieke Van der Veeken moet hebben gezien dat er voor de niet-gereformeerden er minder opvangmogelijkheden was in een stad die zich had gekeerd tegen de katholieke Spaanse koning. Aan het begin van de achttiende eeuw kwam het bestuur van het hofje in financiële problemen en in 1754 werd besloten de vrijgekomen huisjes te verhuren of te verkopen om zo langzamerhand het bezit af te stoten.

Hofje van der Veeken

Het hofje werd gevormd door een carré van huisjes om een binnenplaats. Aan de straatzijde stonden zes huisjes met in het midden een doorgang met daarboven de gevelsteen met het wapen van Van der Veeken. Volgens tekeningen uit 1870 hadden de huisjes aan de straatzijde tuitgevels en rond de binnenplaats trapgevels; de panden hadden slechts één verdieping. Op de binnenplaats stond een waterpomp en hier moet zich ook de gevelsteen met het wapen van Johanna Quingets, de vrouw van Van der Veeken, hebben bevonden. Het hofje is in 1875 gesloopt.

Hofje van der Veeken

Op het familiewapen van Van der Veeken staat een hek afgebeeld hetgeen zou verwijzen naar de letterlijke betekenis van zijn naam. Volgens een vermelding was de gevelsteen fraai gekleurd en met goud afgezet maar in 1902 is de verf om onduidelijke redenen verwijderd.

Rotterdam heeft maar enkele hofjes gekend. Het eerste stond op het terrein van het oude kasteel Bulgersteijn en werd rond 1570 gesticht door Elisabeth van Zijl. Van der Veeken was de stichter van een tweede hofje. Een ander bekend hofje is dat van Gerrit de Koker, gesticht in 1784. De meeste negentiende en twintigste-eeuwse hofjes hadden niets gemeen met het charitatieve karakter van de eerste hofjes. Die laatste hofjes waren over het algemeen poortjes met een toegang tot binnenplaatsen met eenvoudige huurwoningen die voor de eigenaar een aardige inkomstenbron betekende.

ReactiesVerhaal Mensen Verwant Naslag Streetview