terug

Justus van Effenstraat 1-171

Justus van Effenstraat 1-171, Rotterdam

Vier bouwlagen tellend, plat afgedekt volkswoningbouwcomplex - in oorsprong 264 woningen en een centraal bad- en washuis, twee liften en tien trappenhuizen omvattend en daardoor in bouwhoogte varierend - gebouwd in 1921-'22 naar ontwerp van M. Brinkman in enigszins expressionistische trant, ten behoeve van de Gemeentelijke Woningdienst, met gebruik van een groepering van bouwblokken rondom een via vier poorten toegangelijke, zich splitsende binnenstraat waaraan tevens een geheel omlopende, 2.20 m. brede galerij ten behoeve van de bovenwoningen op de tweede verdieping is gesitueerd die aan de zijde van de Potgieterstraat aan weerskanten van de toegangspoort wordt voortgezet.

Het geheel is opgetrokken in baksteen met gebruik van - witgeverfd - beton voor de ondersteuning van de somtijds afgeschuinde poorten en voor de galerij, met inbegrip van de omheining en de daaraan opgenomen bloembakken. De galerij wordt daarbij ondersteund door een systeem van lengte- en dwarsbalken en kolommen. Deze kolommen bevinden zich steeds op de balcons die rusten op de beneden uitgebouwde ingangsportalen van de bovenwoningen op de eerste verdieping. De woningen zijn hierbij zodanig gegroepeerd dat de - tevens met een eigen tuin toebedeelde - woningen op de beganegrond en de eerste verdieping telkens de dubbele gevelbreedte bezitten van de over twee bouwlagen verdeelde en spiegelbeeldig aan elkaar geplaatste bovenwoningen waarvan de ingang aan de galerij op de tweede verdieping is gelegen en welke elk op de derde verdieping boven de ingangsportalen een veranda bevatten met betonnen borstwering waarin dezelfde, in oorsprong blauwe, mozaiekblokjes zijn verzonken als in de galerij-omheining. De vensters van de woningen bezitten houten kozijnen en gedeeltelijk een roedenverdeling; zij zijn van verschillend formaat, steeds met regelmaat geplaatst.

Het midden in de dwarsgeplaatste woningrij, met poorten, ingeklemde was- en badhuis omvat vijf bouwlagen waarbij in oorsprong twee maal twee boven elkaar de was- en droogruimten zijn ondergebracht - ten behoeve van een zoveel mogelijk gelijkstraats bereik - met het badhuis op de tweede verdieping ertussen in, alsmede het ketelhuis voor de centrale verwarming en een rijwielbergplaats; het verschillend gebruik van de ruimten wordt tot uitdrukking gebracht door de verschillende venstervormen, hetgeen tevens geldt voor het aan de oostzijde geplaatste trappenhuis dat vooral van smalle, verticale vensterstroken is voorzien en dat nog een bouwla...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview