terug

Het Van der Leeuw Huis

Kralingse Plaslaan 38, Rotterdam

Volgens de principes van het Nieuwe Bouwen in 1927-28 door J.A.Brinkman en L.C. van der Vlugt in opdracht van C.H. van der Leeuw ontworpen, aan drie zijden vrijgelegen WOONHUIS met daarachter gelegen TENNISHUISJE. Het is samengesteld uit cubische bouwvolumes van verschillend formaat en individueel afgedekt door een plat dak met zeer bescheiden overstek, met twee verdiepingen en een terugliggende topverdieping, met op de eerste verdieping een op de Z-hoek omlopend balkon en op de tweede en topverdieping aan de achterzijde eveneens een balkon, alsmede een dakterras. Het geheel is opgetrokken met een staalskelet, waarvan enkele kolommen en spanten in het zicht zijn gelaten - ook in het interieur -, met geheel wit gepleisterde betonnen muren, doorbroken door in smalle stalen kozijnen gevatte vensters met verticale onderverdeling, die harmonisch, zonder symmetrie, over de gevels zijn verdeeld, nu eens gekoppeld, dan weer zelfstandig en met een op een vaste maatverhouding gebaseerd formaat en onderlangs voorzien van een lage rode tegelrand. De balkons en het dakterras bezitten een lage borstwering met stalen frame. Dit woonhuis bevat voorts aan de zijde van de Kralingse Plaslaan (N) een betrekkelijk laag bouwblok - met in het midden de hoofdingang en rechts de garage en een zij-ingang naar de overdekte tussengang - waar bovenuit het hoge middenblok - dat aan de zijde van de Mecklenburglaan (O) een uitwaartse sprong vertoont - torent, terwijl het daarop aansluitende, iets lagere bouwblok van de achterpartij (Z) aan de tuinzijde een vrijwel geheel uit glas en staal bestaande gevel bezit, ten behoeve van de in oorsprong aldaar over twee verdiepingen ingerichte wintertuin. Het dakterras, in oorsprong geheel van tegels voorzien, bezit thans nog slechts de zwarte tegels van de zijmuur, die worden voortgezet bij de westelijke afscheidingsmuur aan de voorzijde en achterzijde achterzijde en voorts een stalen buisleuning-omheining. Het hoekbalkon ter hoogte van de eerste verdieping steekt buiten de woning uit - halverwege het middenblok aanvangend en eindigend bij de eerste travee aan de achterzijde - met aansluitend een rechte stalen buitentrap met buisleuning - en wordt gesteund door twee stalen kolommen; het wordt beschut door een hoog opgaand scherm, bestaande uit smalle glasruiten, gevat in een stalen frame; de vloer is voorzien van rode tegels. Het balkon op de tweede verdieping rust gedeeltelijk op de eerste verdieping en wordt mede gesteund door vier haakvormige s...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview