terug

Flatgebouw Kralingen

Kralingse Plaslaan 120, Rotterdam

Omschrijving Kralingse Plaslaanflat.

Inleiding:

GALERIJFLAT gebouwd in 1937-1938 voor een middenklasse-doelgroep, in de stijl van het Nieuwe Bouwen, naar ontwerp van de architect W. van Tijen met medewerking van H.A. Maaskant. Opdrachtgever was de N.V. Volkswoningbouw Rotterdam. De Kralingse Plaslaanflat is gesitueerd aan de Kralingse Plas en ten noordoosten van de zogeheten "Jaffa-strokenbouw". Het plan voor de strokenbouw met één hoogbouwaccent stamt van Van Tijen en is representatief voor zijn ideeën over een gemengde stedebouwkundige samenstelling van middelhoge en hoge bouwvolumes.

De strokenbouw is echter gerealiseerd naar een ontwerp van de architect W.Th.H. ten Bosch, weliswaar binnen de stedebouwkundige structuur van Van Tijens plan.

Omschrijving:

De flat telt tien verdiepingen op een rechthoekig grondplan en heeft een betonskelet. Per verdieping zijn er vier woningen, die worden ontsloten door een galerij aan de westzijde, te bereiken via het geheel beglaasde trappehuis aan de noordzijde dat een beeldbepalend verticaal element vormt. In het trappehuis bevinden zich twee liften die om de twee verdiepingen, halverwege de woonlagen, stoppen. De breedte van de woningen is bepaald door de afstand tussen de betonkolommen die verwerkt zijn in de scheidingswanden. De middelste twee woningen zijn 1 travee breed (6.20 m.) en bestaan uit een hal, badkamer, keuken, 1 slaapkamer en woonkamer met balkon. De woningen aan de zuidzijde zijn anderhalve travee breed en beschikken derhalve over een extra werk- en slaapkamer. De woningen aan de noordzijde hebben (achter het trappehuis) een tweede slaapkamer, eveneens een halve travee breed.

De onderbouw van de flat bevat individuele bergingen en (van oorsprong) collectieve was- en droogruimten. Aan de zuidzijde bevindt zich een open brandtrap met stalen balustrade. De flat wordt afgesloten met een plat dak waarop een zonneterras met twee zadeldakoverkappingen in het verlengde van de tweede en derde travee vanaf de kopgevels.

De langsgevels bestonden (tussen de zichtbare betonnen vloerlagen) oorspronkelijk uit houten puien gevuld met helder glas (boven) en draadglas (onder). De draaibare delen van de vensters hadden stalen kozijnen. De galerijen hebben een glazen balustrade, opgehangen aan verticale profielijzers.

Aan de oostzijde hebben de woningen balkons, half inpandig en half uitkragend, met glazen balustrade. De verdere gevel bestond oorspronkelijk geheel uit houten puien met glas en draadglas tussen de ...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview