terug

Schiehallen

Van Nelleweg bij 1, Rotterdam

Inleiding

Gefaseerd tot stand gekomen reeks PAKHUIZEN ('Schiehallen') met bijbehorende kade, deel uitmakend van het Van Nelle-complex, gebouwd naar ontwerp van J.A. Brinkman en J.H. van den Broek, eerst een negental in de jaren 1942-43 en in 1967 aan de noordwestzijde uitgebreid met drie vergelijkbare pakhuizen, die de door de wet vereiste ouderdom van vijftig jaar derhalve nog niet hebben bereikt. De oudste pakhuizen zijn gebouwd in het kader van de wederopbouw ter compensatie van de door oorlogsschade verwoeste opslagruimten in de binnenstad. De pakhuizen staan op een langgerekte, in 1943 verworven strook grond langs de Delfhavensche Schie, en worden van ketelhuis, expeditiegebouw en werkplaatsengebouw gescheiden door een smalle, betonnen expeditiestraat. Langs de Delfhavensche Schie bevindt zich een betonnen laad- en loskade met één rail aan de kade; de andere rail bevond zich aan de noordelijke gevels van de pakhuizen, waarvan alleen nog de metalen steunpunten resteren. De bouw is uitgevoerd door de firma's De Vries Robbé & Co, Betondak en BATO. Oorspronkelijk bezat de oudste reeks pakhuizen een getegelde lambrizering in aluminiumkleur; de lambrizering op de vroegere buitengevel van pakhuis I is nu als deel van de binnenmuur van pakhuis J bewaard gebleven.


N.B. De sprinklerinstallatie aanwezig in een machineruimte aan de noordwestzijde dateert uit de jaren '70 van de twintigste eeuw (type Grunau corp./ Norwich, Conn. 1974).



Omschrijving

Reeks van twaalf verdiepingloze pakhuizen (Schiehallen) onder gekoppelde, flauw gebogen daken. De negen zuidoostelijke hallen (A t/m I) dateren uit 1942-43, de noordwestelijke drie loodsen (J t/m L) uit 1967. De hallen A t/m I bevatten inwendig een ijzeren vakwerkconstructie. Elk pakhuis is 10 traveeën, ca. 39 meter, diep en 16,5 meter breed. De vakwerkspanten hebben een gebogen bovenrand en rechte onderrand, en zijn aan de aanzetten geklonken en verder geschroefbout. Aan de spanten zijn beugels voor hijsinstallaties bevestigd. De scheidingswanden en kopgevels zijn uitgevoerd in machinale baksteen gemetseld in halfsteensverband en voorzien van verzwaringen ter plaatse van de ijzerconstructie, die tevens plaatselijk verstevigd is met diagonalen en kruisverbanden. Per drie zijn de hallen gescheiden door een forsere brandmuur, die in het exterieur tussen de daken en kopgevels uitsteekt. Inwendig zijn de hallen voorzien van gegoten betonvloeren. De pakhuizen zijn aan de buitenzijde volledig witgepleisterd. De ...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview