terug

Pakhuis Sint Job

Lloydstraat 22-198, Rotterdam

Inleiding

PAKHUIS 'St. Job', gebouwd in 1912-14 in Rationalistische stijl aan de westzijde van de toen net aangelegde St. Jobshaven (1908) in opdracht van de N.V. Blaauwhoedenveem (Amsterdam Rotterdam Antwerpen), naar ontwerp van de architecten J.J. Kanters en Fr. Eriksson. Zowel de grootte (een veeminrichting met een totale oppervlakte van 19.000 m2 en een inhoud van 80.000 m3) als de constructie in gewapend beton met stalen kolommen was voor die tijd in Europa revolutionair.

N.B. Het zestig meter lange betonnen silogedeelte, dat zich oorspronkelijk aan de noordzijde in het verlengde van het pakhuis bevond, is in 1987 gesloopt ten behoeve van de bouw van een schakel- en transformatorstation van het N.V. Elektriciteitsbedrijf Zuid-Holland.

De drie mobiele elektrische kranen op het dak van het pakhuis zijn niet meer aanwezig, de walkranen zijn vervangen door mobiele kranen en vorkheftrucks en het aantal (mobiele) elevatoren is teruggebracht van drie naar één. In 1952 werd op het noordelijke pakhuisdeel (St.Job II) een dakopbouw gerealiseerd naar ontwerp van architectenbureau Ph. Kanters.


Omschrijving

Pakhuis St. Job, op een rechthoekige plattegrond (130 meter lang en 25 meter diep) opgetrokken met een inwendige constructie van ijzeren kolommen met fundamenten, wanden en balkons van gewapend beton, gefabriceerd door de Rotterdamse Cementsteenfabriek Van Waning & Co. De vloeren zijn van hout en rusten op houten binten. Het in totaal twaalf vemen tellende pakhuis, door een brandmuur verdeeld in St. Job I en St. Job II, bestaat uit zes bouwlagen onder een plat dak. Aan de havenzijde bevinden zich op het dak acht hoge, met lood beklede 'sheds' met luchtroosters. Het pakhuis heeft een totale oppervlakte van 19.000 m2 en heeft vier trappenhuizen, waarvan er twee zijn uitgevoerd met een personenlift. De gevels bevatten betonnen lisenen en friezen en zijn boven een borstwering van donkerrode baksteen opgetrokken in gele baksteen met natuurstenen hoek- en sluitstenen, lateien en vensterdorpels. De licht getoogde rollagen boven de vensters zijn van donkerrode baksteen. De kozijnen van de vensters zijn van hout, gevat in een betonnen raamwerk. De laaddeuren aan de kadezijde zijn van staal, de hijsluiken aan de landzijde van hout. De vensters en deuren zijn voorzien van getoogde bovenlichten. Aan de landzijde lopen de rollagen van de vensters op de begane grond door in een cordonlijst. Tussen de begane grond en de eerste verdieping loopt een smal fries van sier...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview