terug

v.m. Amsterdamse Bank/Incassobank

Blaak 40, Rotterdam

Inleiding


Het aan de zuidzijde van de Blaak gelegen BANKGEBOUW van de voormalige Amsterdamse Bank/ Incassobank is in 1946-1950 gebouwd door de gebroeders E. en H. Kraaijvanger. Interieurarchitect M. Grondhout had voor de representatieve ruimtes het meubilair ontworpen. De voorganger van deze bank was tijdens het bombardement in mei 1940 zwaar beschadigd geraakt. Tot de Tweede Wereldoorlog was de Blaak één van de grootste binnenhavens van Rotterdam. Tijdens de oorlog is de Blaak gedempt met puin van het bombardement. Bij de wederopbouw van Rotterdam werd besloten het centrum onder te verdelen in diverse sectoren. De financiële sector werd geconcentreerd aan de Blaak en het zuidelijk deel van de Coolsingel. Banken en verzekeraars waren de enige instellingen die voldoende geld hadden om zonder overheidssteun snel de verwoeste gebouwen weer op te bouwen. Behalve de Incassobank werden ook de voormalige Twentse Bank (Blaak 28) en de voormalige Nederlandse Handelsmaatschappij (Blaak 32-34) snel gerealiseerd. Deze drie panden zijn gebouwd volgens de na de oorlog opgestelde principes en vormen samen een ensemble. Ze vormen samen één monumentale wand doordat ze op één rooilijn zijn geplaatst, dezelfde bouwhoogte (24 m) hebben en in kleur op elkaar afgestemd zijn. De voormalige Incassobank is het rechter pand. Aan de westzijde was een pand voor het Amerikaanse consulaat gepland. Dit is uiteindelijk niet uitgevoerd. In plaats daarvan sluit de westmuur sinds 2006 aan op de ingang voor de parkeergarage van woontoren de Coopvaert. Oorspronkelijk had het ontwerp een U-vormig plattegrond. Echter tijdens de bouw in 1947 fuseerde de Incassobank met de Amsterdamsche Bank en was er meer kantoorruimte nodig. Om hierin te voorzien werd de opening aan de achterzijde dichtgezet door een volume van twee bouwlagen. In 1977 is dit volume met drie verdiepingen verhoogd. Aan de voorgevel bevond zich een beeld van P. Starreveld ("Nakie van Blakie"), Welvaart voorstellende, dat in 1979 verplaatst is naar een filiaal aan de Coolsingel. Het pand was voorzien van destijds vooruitstrevende technische voorzieningen en installaties, zoals toepassing van tl-verlichting, centrale verwarming en luchtverversing. De twee verdiepingen hoge werkruimte voor het personeel en de galerij op de eerste verdiepingen werden oorspronkelijk verlicht door een lichtkap met glasplafond. In deze kap waren akoestische Treetex Wonderwoodplaten, om lawaai als gevolg van het gebruik van type- en boekhoudmachines te...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview