terug

v.m. Twentsche Bank

Blaak 28, Rotterdam

Inleiding


Het aan de zuidzijde van de Blaak gelegen BANKGEBOUW van de voormaligeTwentsche Bank met bijbehorend transformatorhuisje is in 1950 gebouwd door A.J. van der Steur in samenwerking met W.A.C. Herman de Groot, B. Hooijkaas en B. van Veen. Het bankgebouw, ontworpen door B. Hooijkaas, was tijdens het bombardement in mei 1940 beschadigd geraakt. De Blaak was tot de tweede wereldoorlog één van de grootste binnenhavens van Rotterdam. Tijdens de oorlog is de Blaak gedempt met puin van het bombardement. Bij de wederopbouw van Rotterdam werd besloten het centrum van Rotterdam onder te verdelen in diverse sectoren. De financiële sector werd geconcentreerd aan de Blaak en het zuidelijk deel van de Coolsingel. Banken en verzekeraars waren de enige instellingen die voldoende geld hadden om zonder overheidssteun snel de verwoeste gebouwen weer op te bouwen. Behalve de Twentsche Bank werden ook de Nederlandse Handelsmaatschappij (Blaak 32-34) en de Incassobank (blaak 40) snel gerealiseerd. Deze drie panden zijn gebouwd volgens de na de oorlog opgestelde principes en vormen samen een ensemble. Ze vormen samen één monumentale wand doordat ze op één rooilijn zijn geplaatst, dezelfde bouwhoogte (24 m.) hebben en in kleur op elkaar afgestemd zijn. Daarnaast zijn alle drie de panden in traditionalistische stijl gebouwd. De voormalige Twentsche Bank is het linker pand. Na de fusie in 1964 met de Nederlandse Handelsmaatschappij tot de Algemene Bank Nederland (ABN) zijn de beide panden ter hoogte van de derde verdieping met een luchtbrug met elkaar verbonden. Begin jaren 80 van de twintigste eeuw is het gebouw ingrijpend verbouwd, waarbij onder meer de twee oorspronkelijke lichthoven, die boven de eerste verdieping van een glazen dak waren voorzien, vanaf de begane grond zijn samengevoegd tot één groot lichthof. Daarnaast is er een extra verdieping voorzien van een glazen overkapping gerealiseerd. Het exterieur is behoudens de profielen van de vensters goed bewaard gebleven. De oorspronkelijke stalen profielen zijn vervangen door aluminium. In het interieur is de hoofdstructuur nog intact en in de kelder zijn de kluizen, een marmeren wand en een brons deur nog aanwezig. Veel toegepaste kunstwerken, zoals de glas-in-loodramen in de eetkamer van E. Warffemius, de ramen in de effectenhal van A. Canta, de wandschilderingen van F.G. Jacobs en Schuyl, de symbolische houtreliëfs van A. Hank Hans en het hekwerk op de trap van K. Gellings. zijn in de loop der jaren verdwenen....

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview